OGh DBA en SOA/BPM dag in het teken van Manageability

Verschenen in OGh Visie december 2011
De jaarlijkse OGh DBA-dag, ditmaal uitgebreid met SOA en BPM, stond in het teken van Manageability. Gezien de verheugende opkomst en de hoge waardering van de deelnemers voor het interessante programma en de sprekers kan - net als de voorgaande OGh Special Interest Group dagen - ook deze gecombineerde DBA en SOA/BPM-dag als bijzonder succesvol in de OGh-annalen worden bijgeschreven.
OGh DBA en SOA/BPM dag in het teken van Manageability
                   

 

De jaarlijkse OGh DBA-dag, ditmaal uitgebreid met SOA en BPM, stond in het teken van Manageability. Gezien de verheugende opkomst en de hoge waardering van de deelnemers voor het interessante programma en de sprekers kan - net als de voorgaande OGh Special Interest Group dagen - ook deze gecombineerde DBA en SOA/BPM-dag als bijzonder succesvol in de OGh-annalen worden bijgeschreven.

 

De OGh DBA en SOA/BPM-dag, die op 8 november 2011 in Figi Zeist plaatsvond, trok ruim 125 deelnemers. Het afwisselende programma vermeldde naast de plenaire openingssessie, tal van parallelsessies over uiteenlopende onderwerpen, met afsluitend een keynote presentatie van Simone Campana van de Europese organisatie voor kernonderzoek CERN. Een uitgebreid verslag van een geslaagde dag, met dank aan de deelnemers die als verslaggever een bijdrage hebben geleverd.

 

 

End-to-end manageability met OEM 12c
 

De openingskeynote werd verzorgd door Jean Pierre van Tiggelen,Senior Sales Director EMEA Systems & Application Management bij Oracle, die in zijnpresentatie inging op de mogelijkheden die Enterprise Manager 12c biedt in het inrichten van een end-to-end managementomgeving. Rob Zoeteweij, zelfstandig Senior Oracle Consultant en Oracle ACE, doet verslag van deze presentatie.

 

Enterprise Manager 12c Cloud Control is, naast een aantal andere producten en diensten van Oracle zoals ‘Oracle Public Cloud’, de concretisering van Oracle’s visie op Cloud Computing. In zijn presentatie ging Jean Pierre in op de ondersteuning van de complete lifecycle oftewel ‘Complete Cloud Lifecycle Management’. Waarbij assets als servers en databases onderdeel kunnen gaan uitmaken van zogeheten ‘Services’ die aan gebruikers worden aangeboden. Naast het aanbieden van servers en databases als een service zijn we tevens in staat een applicatie inclusief de complete stack waarbinnen deze functioneert (denk aan Oracle VM, Oracle WebLogic Server etc.) op te slaan als een Golden Image in de Software Library en deze eveneens als een service aan gebruikers aan te bieden.


 

 


Complete Cloud Lifecycle Management
 
 
Belangrijk aspect hierbij is de mogelijkheid gebruikers door te belasten op basis van de resources die er binnen een bepaalde tijd zijn gebruikt. Dit wordt ook wel het ‘cafetariamodel’ genoemd, we rekenen namelijk datgene af wat we gebruikt hebben en niet meer dan dat. Dit alles ondersteund door een ‘Self Service Portal’, waarbij de gebruiker als het ware het cafetaria binnentreedt en zijn bestelling plaatst. Het behoeft geen verder betoog om dat dit voor bedrijven tot enorme efficiencywinst kan leiden.

 

Naast deze specifieke ‘Cloud’ faciliteiten, ondersteunt Enterprise Manager 12c volledig de geïntegreerde Oracle Cloud stack:

  • Fusion Applications Management
  • Middleware Management
  • Database Management
  • Engineered Systems Management (Exadata, Exalogic)
 

 

 

Als derde pijler in zijn presentatie refereerde Jean Pierre aan ‘Business Driven Application Management’. Het is natuurlijk fantastisch dat we door de gehele stack gedetailleerde informatie kunnen opvragen m.b.t. het functioneren van de diverse componenten, maar uiteindelijk is aan het eind van de dag het enige wat van belang is voor de eindgebruiker: ‘Hoeveel orders hebben we vandaag kunnen verwerken?’. We willen dus in staat zijn om prestatie van een systeem te bekijken door de ogen van de eindgebruiker. Hiermee zijn we eveneens in staat om de verwachting van de eindgebruiker m.b.t. het functioneren van systemen vast te leggen in een ‘Service Level Agreement’ en zijn we in staat om te rapporteren in hoeverre we aan deze verwachting hebben voldaan.

In dit kader valt te denken aan opties als:

  • Real User Experience Insight
  • Business Transaction Management
  • Business Service Management

Tel hierbij op het feit dat Enterprise Manager 12c een complete ‘Code Rebuild’ heeft gehad, waaraan meer dan drie jaar is gewerkt en waarin meer dan 500 Enhancement Requests zijn verwerkt en het product een compleet nieuwe en sterk verbeterde user interface heeft gekregen.

 

Al met al is het eens te meer duidelijk dat organisaties die te maken hebben met een complexe (Oracle) ICT-infrastructuur, niet meer om Enterprise Manager heen kunnen.
 

'Human Genetic Variation Investigation and Oracle Exadata'

 

Het eerste gedeelte van deze presentatie werd verzorgd door Andrew Stubbs van de afdeling bio-informatica van het Erasmus Medisch Centrum, die uitleg gaf over human genetic variation en het onderzoek op dit gebied dat bij Erasmus MC wordt verricht.

De diploïde menselijk genoom bevat ongeveer 6 miljard basen (letters, namelijk G, A, T of C), waarvan de correcte volgorde zorgt voor een gezonde ontwikkeling en levensloop van een persoon. Natuurlijke variatie tussen personen gebeurt door veranderingen in deze basen, terwijl veranderingen die schadelijk zijn in de genen tot gevolg hebben dat kanker of een erfelijke ziekte ontstaat. Door statistische analyse blijkt dat een dekkingsgraad van 10 (10 maal ‘herlezen’) genoeg is om 90% van beide allelen (beide zijden van de DNA helix) van het menselijk genoom beschikbaar te krijgen voor analyse. Dat betekent 6 miljard maal 10 is 60 miljard base paren die moeten worden ‘gesequenced’.

Genoom sequencing is succesvol gebleken om de veroorzakende gene van verschillende ziekten op te sporen, waar de traditionele genetische studies dat niet konden vinden. De kosten van ‘whole genome sequencing’ (het lezen van het complete genoom van een persoon) bedragen nu 4.000 tot 5.000 dollar. Dat maakt het onderzoeken van individuele personen door middel van ‘whole genome sequencing’ effectief en aantrekkelijk.

Dit betekent echter dat er onderzoek nodig is om onderscheid te kunnen maken tussen natuurlijk voorkomende veranderingen en de schadelijke veranderingen in deze 6 miljard base paren. De afdeling bio-informatica van het Erasmus Medisch Centrum heeft de ‘whole genome sequencing’ resultaten van meer dan 200 patiënten met genetische mutaties, kanker en zonder bekende ziekten, verzameld, uiteraard met goedkeuring van deze patiënten. Deze gegevens zijn anoniem opgeslagen en georganiseerd in een variatiedatabase (http://www.huvariome.erasmusmc.nl). Deze database bevat een referentie voor de Benelux populatie, die gebruikt kan worden om genetische veranderingen vast te stellen door middel van het verwijderen van frequent en infrequent voorkomende variaties, zodat onderzoekers zich goed kunnen richten op genen die potentieel ziekten of afwijkingen kunnen veroorzaken.

 

Database processing

Het tweede gedeelte van de presentatie werd verzorgd door Frits Hoogland van VX Company, die inging op de database processing aspecten van het onderzoek. Beide presentaties leken op zich zelf te staan, maar hadden een nauwe verwevenheid: het onderzoek dat door Andrew Stubbs werd toegelicht, is uitgevoerd door middel van een Oracle database op Exadata. De onderzoekconfiguratie bestaat uit een half rack Exadata Database Machine (7 storage servers, 4 database servers, Oracle RAC database). Getoond werd hoe hiermee met de performance van een eenvoudige ‘select count(*) from table’ kan worden gespeeld: van 695 seconden zonder enige features in 9 stappen tot 1 seconde met flash, Exadata Hybrid Columnar compressie, Exadata smartscans en parallel query.

Door de enorme hoeveelheid gegevens (en dus enorme hoeveelheid records) kunnen de componenten in een Exadata Database Machine optimaal benut worden.

 

 

Oracle SOA en BPM, een overzicht

Vanwege de geringe SOA- en BPM-kennis bij de toehoorders hield Jan Poortinga van Oracle Nederland in zijn presentatie allereerst een vrij uitvoerige inleiding over het hoe en waarom van Service Oriented Architecture en Business Process Management. Hij nam daartoe als voorbeeld een aantal bestaande ‘Silo’s ‘ van systemen die elk op zich vrij gesloten zijn gebouwd, zoals dat feitelijk in heel veel situaties nog het geval is. Nieuwe eisen als internet, self service, beschikbaarheid, inzichtelijkheid etc. maken het steeds lastiger om deze silo’s op elkaar af te stemmen als onderdeel van een proces. Integratie en processen vinden plaats op alle niveaus van de systemen (data, logica, presentatie etc.) en worden via diverse technieken tot stand gebracht omdat deze systemen nooit als zodanig zijn ontworpen. Resultaat is vaak een wirwar (spaghetti) van koppelingen waar een groot deel van het budget (meer dan 80 procent) mee gemoeid is. Naast deze kosten wordt vooral ook het gebrek aan inzichtelijkheid en flexibiliteit in de process flow tussen de systemen in toenemende mate als een probleem ervaren, zeker door de business.

Oplossingsrichting is een meer gelaagd (lasagne) model waarbij een duidelijke scheiding is aangebracht tussen de diverse functionaliteitslagen:

 


 
 
 
 
In het kort de functie van de 5 lagen:
  • Presentatie:Dit is de laag waar het in feite om draait. Hierin presenteert het bedrijf/instelling zich via diverse kanalen naar zijn klanten, partners en (deels ook) medewerkers.
  • Systems/services:Hier bevindt zich de data en functionaliteit die benodigd is aan de presentatiekant.
  • Integratie/Virtualisatielaag: Is bedoeld om op basis van de onderliggende systeeminterfaces eenduidige, en vooral standaard interfaces te creëren. Dit om de complexiteit, protocollen, interfacing, locatie etc. te verbergen voor de functionele lagen erboven. Ook data integratie en eventueel master datamanagement maken deel uit van deze laag. Let wel: de standaard interfaces die hier worden gecreëerd zijn nog steeds een 1 op 1 vertaling van de onderliggende systemen en kunnen heel bruikbare business services zijn, of ze dienen nog te worden gecombineerd c.q. omgezet tot business services.
  • IT Orkestratie: Hier worden op basis van de onderliggende (IT)interfaces de benodigde zakelijke services ‘georkestreerd’. Feitelijk wordt hier de vertaling gedaan van IT- naar business-services.
  • Business Process: Hier wordt op basis van de georkestreerde services het uiteindelijke business proces gemodelleerd en uitgevoerd.
Niet alle lagen hoeven te worden gepasseerd om een actie uit te voeren. Het geeft vooral een architectuurtechnische aanduiding waar de functionaliteiten een plaats hebben in het geval ze nodig zijn.
Na deze uitleg gaf Jan Poortinga een overzicht van de producten die Oracle beschikbaar heeft voor de middelste die SOA/BPM lagen. De onderste en bovenste laag liet hij voor deze gelegenheid buiten beschouwing.
 
 
 
De integratie / virtualisatielaag kan door Oracle worden ingevuld met de Oracle Service Bus (OSB) en Oracle Data Integrator (ODI). De Orkestratie laag kan worden geïmplementeerd met de BPEL Process Manager. De Business Process laag tenslotte kan worden ingevuld met de Oracle BPM Suite.
OSB, ODI en BPEL PM waren in eerdere sessies al aan de orde geweest, dus werd in het laatste deel van de sessie een korte toelichting gegeven op de nieuwere BPM Suite. De volgende onderdelen van deze suite zijn daarbij kort behandeld:
 
 
 
 

 

Tenslotte werd een kort overzicht gegeven van de wijze waarop de genoemde Fusion Middleware componenten als foundation worden gebruikt in de pas uitgebrachte Oracle Fusion Applications producten.

 
BPA Suite to BPEL: een case study
 

Organisaties die applicaties ontwikkelen met de Oracle SOA Suite, hebben vaak tegelijkertijd architectuur- en BPM-initiatieven lopen.Lonneke Dikmans en Ronald van Luttikhuizen van IT-dienstverlener Vennster beschreven in deze presentatie de ervaringen die zijn opgedaan in een project met het modelleren van processen in Oracle BPA Suite. De processen waren oorspronkelijk gemodelleerd in de BizAgi. Deze zijn overgezet naar BPA Suite en hiervan zijn BPEL Blueprints gegenereerd. In de sessie werden de ervaringen en uitdagingen besproken, vanuit een licentieperspectief, een ontwerpperspectief en een ontwikkelperspectief.

 

 

Manageability bij IAS-dienstverlener Basefarm
 

In deze presentatie belichtte Ewald Joustra, zelfstandig Oracle Specialist, de manageability van Oracle componenten bij Basefarm. Internet Application Services (IAS) dienstverlener Basefarm is gespecialiseerd in het beheer en onderhoud van de bedrijfskritische (Oracle) applicaties van zijn klanten. De Oracle inzet varieert aanzienlijk over de klantenkring: Database versies 9i tot 11g (11.2.0.2.3), Grid Control en Applicatie Server, Enterprise Edition en Standard Edition databases, RAC (EE/SE) / Single instances (EE/SE), Dataguard, APEX, Automatische en handmatige standby synchronisatie, RMAN back-up/restore, klonen van productie naar OTA etc.

Voor de monitoring wordt onder ander gebruik gemaakt van enkele open source tools. De manageability van alle Oracle componenten is gestandaardiseerd en wordt gestuurd met parameters. De rapportage erover is volledig dynamisch zodat er op elk tijdstip een actueel overzicht is.

In de presentatie schetste Ewald Joustra een beeld van het toepassingsgebied van Oracle in de klantenkring van Basefarm als IAS dienstverlener. De werkwijze, gekozen back-up/synchronisatie oplossingen en enkele beheertools werden inzichtelijk besproken.

 

 

Oracle11G, WebForms11G, BPEL11G: modern en manageable
 
In deze presentatie lichtte Toon Koppelaars van RuleGen toe hoe een centrale back-office applicatie van een pensioenuitvoerder technologisch gemoderniseerd is:
  • Van Oracle8i op VMS naar Oracle11G op Windows
  • Van client/server Forms6i naar WebForms11G
  • Van een proprietary workflow pakket naar Oracle BPEL 11G
  • Van een proprietary documentmanagement pakket naar maatwerk.

Aan bod kwamen: welke technologische alternatieven bekeken zijn alvorens tot deze keuzes te komen, hoe de koppelvlakken tussen de verschillende technologie zuilen ingericht zijn, welke out-of-the-box functionaliteit van BPEL gebruikt is en wat waarom zelf ontwikkeld is. Daarbij werd speciale aandacht besteed aan de werklijstapplicatie en het migreren van lopende processen.



Manage Agility through Manage-ability - Introductie van Design Time at Run Time in Oracle Fusion Middleware


In deze presentatie van Lucas Jellema, Oracle ACE Director en CTO bij AMIS Services, werd Design Time at Run Time geïntroduceerd als middel om agility te bereiken op een beheerste wijze. De presentatie ging in op de processen die in de organisatie moeten worden opgezet om nuttig gebruik te maken van deze aanpak en de winst die ermee behaald kan worden. Elders in dit nummer een uitgebreid artikel van Lucas Jellema over dit onderwerp, hierna volgt een samenvatting van zijn presentatie.

Organisaties streven meer en meer agility na. Agility betekent het vermogen om snel, goedkoop en zonder risico aan te sluiten bij veranderende omstandigheden. Agility in IT vergt een nauwe aansluiting tussen business en IT-afdeling, veel en duidelijke communicatie en strakke procedures. De traditionele ontwikkel-test-deploy cyclus introduceert vaak tijd, kosten en telefoonspel-achtige afstand tussen business wensen en IT realisatie. Oracle Fusion Middleware (FMW) introduceert het concept Design Time at Run Time (DT@RT) om deze cyclus te doorbreken. De gedachte achter DT@RT is dat bepaalde aspecten van applicatie componenten, zowel voor wat betreft uiterlijk en interactie als ten aanzien van proceslogica, beslisregels en calculaties, het best direct door de business beheerd kunnen worden. In Fusion Middleware onderdelen zoals BPM, SOA Suite, WebCenter en ADF kunnen de ontwikkelaars dit soort aspecten vanuit applicatiecomponenten externaliseren naar de DT@RT infrastructuur. Op run time kunnen applicatiebeheerders via de Fusion Middleware Composers pagina's, services en processen bewerken. Beslisregels kunnen worden gewijzigd, processtappen toegevoegd of aangepast en in webpagina's kunnen componenten worden verwijderd, toegevoegd of gewijzigd. Bovendien kunnen veel van deze wijzigingen per gebruikersgroep worden toegepast. Via dit zogeheten customization mechanisme kunnen medewerkers of klanten in bijvoorbeeld verschillende rollen, locaties of branches een op maat gesneden variant van de applicatie benutten.

 

 
 

Grid Computing en het gebruik van databases bij CERN

 

De slot keynote van de OGh DBA en SOA/BPM-dag werd verzorgd door Simone Campana van het IT Department van CERN, de Europese organisatie voor kernonderzoek in Geneve. In een boeiend betoog ging Campana in op de omvangrijke grid computing infrastructuur die is opgezet om de kolossale hoeveelheid data (meer dan 16 PB) per jaar te verwerken, waarbij met name het gebruik van (Oracle) databases bij CERN nader werd belicht.

 

Botsing

CERN is ‘werelds grootste centrum voor deeltjesfysica, dat vooral bekend is door de LHC (Large Hydron Collider) deeltjesversneller. In de LHC worden door een tunnel van 27 kilometer supergeleidende magneten, honderd meter onder de Zwitserse en Franse grond, atoomdeeltjes met vrijwel de lichtsnelheid met elkaar in botsing gebracht.

Voor de verwerking van onderzoeksgegevens van de LHC, die na een wat haperende aanloop ruim twee jaar geleden in gebruik is genomen, heeft CERN een wereldwijde database infrastructuur voor de LHC Computing Grid opgezet. Deze Worldwide LHC Computing Grid (WLCG) omvat meer dan 100.000 processors, verspreid over ruim 200 datacenters in meer dan 33 landen en voorziet in een wereldwijde ‘collaborative computing’ omgeving, die een community van meer dan 8.000 wetenschappers bedient. In totaal heeft CERN rond de 300 databases volcontinu operationeel. Meer dan 100 Petabyte aan data (circa een miljard files) is op dit moment opgeslagen en wordt benaderd en verwerkt.

Simone Campana gaf in zijn presentatie een overzicht van de computing frameworks van de LHC experimenten, met het accent op dataorganisatie en –administratie, die zwaar leunen op relationele databases. De hiërarchische structuur van de WLCG is onderverdeeld in drie tiers. De LHC data worden in Tier-0 (CERN) geregistreerd en via dedicated 10 Gbit/s glasvezelverbindingen gedistribueerd naar Tier-1, die bestaat uit 11 wetenschappelijke rekencentra wereldwijd, waaronder SARA/NIKHEF in Amsterdam. In de Tier-1 centra vinden de permanente storage, reprocessing en analyse plaats. Van daaruit gaan de data naar circa 130 kleinere centra (Tier-2) voor simulatie en eindgebruikersanalyse.

 

Relationele databases

In het Atlas experiment, dat Camapana als representatief voorbeeld van de LHC experimenten nam, zijn de Tiers georganiseerd in clouds, waarin telkens een Tier-1 center en meerdere Tier-2 rekencentra zijn opgenomen. De RAW data worden in de loop der jaren vele malen re-processed, dit gebeurt in de grid buiten de Tier-0, meestal in de Tier-1 sites (waar de RAW data wordt opgeslagen), met een overloop naar T-2 sites.

In de verwerking van de data van de LHC-experimenten spelen relationele databases een cruciale rol, met name bij de data-administratie (online data acquisitie, datamanagement catalogs - DDM), productie en analyse services en monitoring services. Ook hier zijn de aantallen weer indrukwekkend: de CERN database services – met een gebruikersgemeenschap van vele duizenden gebruikers – omvat circa 100 Oracle RAC database clusters (2-6 nodes) en op dit moment ruim 3.000 disk spindles die meer dan 3 PB aan schijfruimte (NAS en SAN) bieden. Bij CERN zijn voor de experimenten 14 productiedatabases in gebruik, in grootte variërend van 1 tot 12 TB en met een verwachte groei tussen de 1 en 10 TB per jaar. Een andere belangrijke database is de logging database van de LHC deeltjesversneller van nu 50 TB, met een verwachte groei tot 30 TB per jaar. Daarnaast zijn er nog tal van andere databases met een omvang van 1-2 TB.

 

Samenvattend concludeerde Campana dat de computing grid infrastructuur voorziet in een infrastructuur van productiekwaliteit voor de administratie, placement, processing en analyse van data. CERN is hiermee in staat de fysieke potentie van de LHC deeltjesversneller ten volle te benutten. Oracle databases vervullen hierin een sleutelrol als functionele elementen, maar, zo benadrukte Campana: “They are not a religion”.

 

Een deel van de 27 kilometer lange cirkelvormige tunnel van supergeleidende magneten van de Large Hydron Collider (LHC) deeltjesversneller, honderd meter onder de grond in Zwitserland en Frankrijk.