Een Nederlandse energieonderneming bouwt met behulp van Oracle11g technologie aan een nieuw infrastructuurmodel.

Energiebedrijf bouwt aan nieuw infrastructuurmodel
op basis van Oracle11g technologie

Een Nederlandse energieonderneming bouwt met behulp van Oracle11g technologie aan een nieuw infrastructuurmodel. Het nieuwe platform op basis van extended RAC clusters gaat in eerste instantie fungeren als omgeving voor datawarehousing en managementrapportage, maar het energiebedrijf bekijkt daarnaast ook de mogelijkheden om in de toekomst deze infrastructuur in te zetten voor de primaire systemen. Van groot belang bij de motivatie om te kiezen voor deze toch relatief ‘verse’ softwareversie zijn de sterk verbeterde herstelscenario’s in Oracle11g, die het herstel en terugzetten naar de oude situatie na een calamiteit beduidend minder complex en ingrijpend maken.

De Nederlandse energieonderneming heeft met 2,6 miljoen klanten - consumenten en organisaties - in Nederland, België en Duitsland een vooraanstaande positie in de Nederlandse energiemarkt. "ICT speelt van oudsher een cruciale rol in de dienstverlening van het energiebedrijf", stelt Oracle Consultant Ebert Vliegenthart, die als ‘meewerkend projectleider’ een aantal Oracle-projecten binnen de organisatie coördineert. "De ICT-infrastructuur van het energiebedrijf ten behoeve van de consumentenmarkt bestaat uit onder meer een bijzonder grote SAP-omgeving voor de financiële informatie en een zeer grote Siebel CRM-omgeving voor de callcenter informatie, met een aantal kleinere systemen daaromheen De databaseomgeving voor de primaire systemen draait op een cluster van zware HP-UX machines."

Datawarehousing traject

Ruim twee jaar geleden is een Oracle10g RAC-omgeving gerealiseerd als platform voor een datawarehousing-traject, vertelt Vliegenthart. "Binnen de organisatie werd op grote schaal informatie opgevraagd uit de grote primaire systemen, waardoor die systemen steeds zwaarder werden belast. Daarom is besloten om datawarehousing te gaan toepassen, met Oracle 10g Real Application Cluster en (Red Hat) Linux als onderliggende technologie. De pijler onder dit datawarehousing-traject is een Operational Datastore, die alle te rapporteren en te bevragen informatie uit de primaire bronsystemen bevat. Die informatie in de Datastore wordt op dagelijkse basis bijgewerkt."

Alle partijen binnen de organisatie die naar de primaire bronsystemen kijken, worden naar de Operational Datastore geleid en kunnen daaruit de benodigde informatie ophalen. "De primaire systemen worden hierdoor minder belast, waardoor ze veel meer load aankunnen dan voorheen", vertelt Vliegenthart. "Vervolgens is een traject ingezet om de bevragingen van de Operational Datastore te gaan optimaliseren, en dan kom je al snel op een datawarehouse-omgeving uit. Het datawarehouse is niet alleen bedoeld voor managementrapportages, maar ook voor een groot deel van de operationele rapportages. Alleen de echt dagelijkse operationele rapportages, met een actualiteit korter dan 24 uur, komen nog rechtstreeks uit de primaire systemen vandaan. Alles wat over die tijdgrens heen gaat komt zoveel mogelijk uit de datawarehouse-omgeving."

Voor het uitlezen, presenteren en analyseren van de datawarehouse-informatie maakt het energiebedrijf gebruik van de Cognos Business Intelligence software. Voor de Oracle/Siebel CRM-omgeving wordt Siebel Analytics als BI-tool ingezet.

Stap verder

"Met de nieuwe datawarehouse-omgeving zijn goede ervaringen opgedaan dat we nu een stap verder gaan en een aantal andere systemen en de nieuwe omgeving willen gaan combineren", stelt Vliegenthart. "Het energiebedrijf heeft twee rekencentra - in Amsterdam en Haarlem - en de primaire omgevingen zijn volledig volgens het ‘twin rekencentrum’ concept opgezet. Basis van dit concept is dat de datastorage altijd aan beide kanten aanwezig is, deze wordt dus permanent gesynchroniseerd tussen de datacenters. Dat gebeurt met behulp van SRDF-technologie van EMC, die perfect werkt over de circa 20 kilometer tussen onze rekencentra. In het ene rekencentrum draaien productieomgevingen die dan in het andere rekencentrum op acceptatie draaien, en in geval van calamiteiten neemt de acceptatie-infrastructuur de productionele taken van het andere rekencentrum over. Bij uitval van de storage in een rekencentrum wordt de storage in het andere rekencentrum gebruikt. Er is dus altijd een methode om - vrijwel geautomatiseerd - de productionele systemen permanent in de lucht te houden. Met in het ergste geval alleen als consequentie dat de acceptatieomgeving tijdelijk niet beschikbaar is."

De calamiteitenprocedure wordt ook regelmatig getest, waarbij het volledige uitwijkscenario gesimuleerd wordt, vertelt Vliegenthart. "De productie wordt dan down gebracht en veilig gesteld, de acceptatiesystemen worden opgestart als zijnde productiesystemen, er wordt getoetst of acceptatie functioneert als productie, de situatie wordt vervolgens volledig teruggedraaid tot de situatie vóór de ‘calamiteit’ en het originele productielandschap wordt weer volledig opgestart."

Geen data verloren.

"Als je kijkt naar de primaire omgeving gaat het toch wel om meer dan tien Terabyte aan data", geeft Vliegenthart aan. "Alle data is altijd in twee rekencentra volledig in sync aanwezig, dus zelfs in het geval dat er een rekencentrum volledig zou uitvallen, gaat er nog geen bitje aan data verloren. Naast mirroring zijn er nog technieken om van die data op elke locatie iedere zes uur een kopie te maken en weg te schrijven op andere schijfeenheden, zogeheten Business Continuance Volumes (BCV). Daarnaast wordt er elke dag nog eens één complete afslag van één van de rekencentra op tape gezet, die dan naar een beveiligde opslag op een locatie elders gaat."

De nieuwe datawarehouse-omgeving draait in een van de rekencentra, dus niet in een twin-constructie, legt Vliegenthart uit. "Uiteraard is wel voorzien in de nodige back-up & restore voorzieningen, maar een uitwijkscenario is toch van een andere orde. Onze managementsystemen zijn echter van dermate groot belang, dat we ook daarvoor een maximale indekking tegen calamiteiten willen hebben. Tegelijkertijd is het energiebedrijf van zins om de grid computing technieken niet alleen toe te passen voor managementsystemen maar ook verder door te schuiven naar de primaire operationele systemen. Die twee werelden gaan we nu in feite samenvoegen.

Goede van twee werelden

"Waar we uiteindelijk naar toe willen is een high available, load-balanced infrastructuurlaag over de twee sites heen op basis van Oracle grid computing. Dat betekent dat op elke site de helft – plus enige overcapaciteit – van de servers draait en dat die twee sites permanent met elkaar samenwerken. In geval van de grootst denkbare calamiteit – er valt een complete site uit – zijn we de helft van de capaciteit kwijt, maar alle primaire processen draaien gewoon door. Er hoeft dus niet uitgeweken te worden en er zijn geen ingewikkelde draaiboeken nodig om de business te continueren", legt Vliegenthart uit.

"Op die manier proberen we het goede van de ene wereld, namelijk de hoge beschikbaarheid met het twin rekencentrum-concept, en het goede van de andere wereld – schaalbaar met flexibel inzetbare en relatief goedkope componenten – in elkaar te schuiven in een nieuw infrastructuurmodel. Wij denken dat Oracle11g daarvoor de meest geschikte oplossing is en zijn nu aan het onderzoeken hoe we dat het beste kunnen realiseren."

Vers van de plank

"Bij de ontwikkeling van het nieuwe infrastructuurmodel speelt natuurlijk ook dat Oracle11g erg vers van de plank is", benadrukt Vliegenthart. "Vandaar dat we eerst een uitvoerig onderzoekstraject doorlopen. We hebben nu een infrastructuur draaien met vier nodes, die volledig op die manier is ingericht. Daar worden nu performance- en capaciteitstesten op gedaan en draaiboeken voor ontwikkeld, waarbij we dat aspect van ‘versheid’ van Oracle11 ook heel nadrukkelijk meenemen. Het energiebedrijf werkt hierbij ook nauw samen met het team van Oracle Development, dat heel sterk met Oracle11g bezig is.

Wij vinden die samenwerking met Oracle belangrijk, want het gaat hier toch om een omgeving op relatief verse software, met een hoog ambitieniveau en toch ook met een behoorlijk afbreukrisico. We zullen de omgeving uiteindelijk ook laten auditen door Oracle. Aan de andere kant zal een BI omgeving met 20 Terabyte aan storage, twee maal tien nodes voor acceptatie en productie verdeeld over twee rekencentra op twintig kilometer afstand, zeker niet misstaan op de referentielijst van Oracle."

Verbeterde herstelscenario’s

Van groot belang bij de motivatie voor de keuze van Oracle11g zijn de sterk verbeterde herstelscenario’s bij calamiteiten, met name op het gebied van extended RAC clusters (geo-RAC), stelt Vliegenthart. "Ook met Oracle10g ben je al prima in staat om dit op te zetten, alleen wanneer je het rekencentrum weer in de lucht wilt brengen, moet je zware scenario’s doorlopen op het moment dat je de oude situatie weer bij wil schakelen. Met Oracle11g technieken is dat bijschakelen beduidend minder complex en heeft ook veel minder impact. Naast deze verbeterde herstelmogelijkheden willen we met Oracle11g ook een platform neerzetten dat gebaseerd is op de nieuwste technieken en verbeterde functionaliteiten en hogere performance biedt.

We zetten hier dus in feite weer een platform neer voor de komende jaren, dat de robuustheid heeft van de primaire systemen en de schaalbaarheid van onze nieuwe omgeving. De datawarehousing-omgeving wordt daarbij nadrukkelijk ook gebruikt als een soort pilot om te kijken of uiteindelijk ook de primaire systemen gebruik zouden kunnen gaan maken van deze infrastructuur. We vinden dat je dat niet in een keer kunt doen, maar zo’n rapportageomgeving is natuurlijk bij uitstek geschikt om dat gaandeweg te beproeven. Dat past ook in het streven van het energiebedrijf naar een flexibelere infrastructuur met kleinere en beter schaalbare systemen."